Maneki-neko (gelukskat-beeldje): waar komt het vandaan?
De maneki-neko, de “wenkende kat”, komt uit Edo, het huidige Tokio. Kleien beeldjes van een kat met één opgeheven poot werden daar in de jaren 1850 al verkocht, en de gelukskat zit nu over de hele wereld bij winkeldeuren en kassa's.
Kleien katten uit Asakusa
Eind 16e eeuw werd in Imado, in de wijk Asakusa van Edo, klei gevonden die geschikt was voor aardewerk, en de plaatselijke bevolking begon Imado-aardewerk te maken. Een gangbare theorie leidt de maneki-neko terug op de Imado-poppen die daar later werden gemaakt. Een van de vroegste vermeldingen van de beeldjes is een aantekening uit 1852 in een kroniek van Edo, en in datzelfde jaar maakte Utagawa Hiroshige een prent waarop een variant van de kat wordt verkocht, de oudst bekende afbeelding ervan.
Een kat met veel ontstaansverhalen
Verschillende tempels en schrijnen in Tokio beweren de geboorteplaats van de kat te zijn. In het bekendste verhaal, dat zich in de vroege Edoperiode afspeelt, wenkte een kat bij de poort van de Gōtoku-ji de heer Ii Naotaka naar binnen, vlak voordat er een hevig onweer losbarstte, en de dankbare heer maakte er de tempel van zijn familie van. In een ander verhaal droomde een arme oude vrouw bij het Imado-schrijn dat haar kat haar vroeg kleien beeldjes van hem te maken; die verkochten zo goed dat ze aan de armoede ontsnapte.
Waarom men aan China denkt
Het beeldje is zo populair in Chinese gemeenschappen, ook in de Chinatowns van de Verenigde Staten, dat het vaak voor Chinees wordt gehouden en soms een “Chinese gelukskat” heet. Ook in China zelf is het gewoon. Hoe het zich buiten Japan verspreidde, is onduidelijk, maar andere Aziatische landen en gemeenschappen namen het over als talisman voor voorspoed. Ook het gebaar wordt vaak verkeerd begrepen: in Japan wenken mensen door een hand op te steken en de vingers naar beneden en naar achteren te buigen, en dat is wat de poot doet.
Bronnen: en.wikipedia.org ↗ · nationalgeographic.com ↗