Baseballpet: waar komt het vandaan?
De baseballpet komt uit Brooklyn, New York. In 1860 droegen de Brooklyn Excelsiors, een toonaangevende amateurclub, een ronde pet met een lange klep en een knoop bovenop, de voorloper van de pet die je nu op honkbalvelden, op straat en op het werk ziet.
Van strohoed tot Brooklyn-stijl
Vroege honkbalclubs probeerden allerlei hoeden. Toen de New York Knickerbockers in 1849 het eerste officiële honkbaltenue invoerden, waren hun hoofddeksels strohoeden; een paar jaar later stapten ze over op een pet van merinowol met een bol en een klep. Tot de jaren 1870 droegen spelers ook roeipetten, jockeypetten en zelfs fietshoeden. De pet van de Excelsiors had een nauwsluitende bol en een lange klep, en deze “Brooklyn-stijl” sloeg rond 1900 aan.
Sterren, strepen en pillboxes
Eind jaren 1860 had een populaire merinopet van het New Yorkse bedrijf Peck & Snyder een sterrenpatroon op de bol; de Excelsiors droegen hem, net als andere topclubs uit de amateurwereld. Later in de eeuw gaven veel teams uit de grote competities de voorkeur aan een platte “pillbox”-pet met een korte klep, vaak gestreept als een laagjestaart. In 1905 zag je de pillbox in de major leagues nog maar zelden.
De moderne pet krijgt vorm
De moderne pet kwam in de jaren 1940, toen latexrubber in de klep de plaats innam van buckram, een stijf, grof katoen, zodat kleppen langer konden worden. De pet werd ook het embleem van een team: in 1901 waren de Detroit Tigers de eerste club uit de grote competities die er een afbeelding van hun bijnaam op zette, een rennende tijger. Petten met een verstelbaar bandje worden sinds begin jaren 1970 verkocht, en sinds de jaren 1980 zijn petten alledaagse kleding, ver buiten het honkbalstadion.
Bronnen: en.wikipedia.org ↗ · web.archive.org ↗ · csmonitor.com ↗