Waar kleding en mode vandaan komen
Veel kledingstukken dragen de naam van de verkeerde plek, of van helemaal geen plek. Elk verhaal laat zien waar een kledingstuk, hoed, schoen of stof voor het eerst werd gemaakt en gedragen.
22 verhalen uit 6 continenten
- Afrika · 3
- Azië · 3
- Europa · 6
- Noord-Amerika · 4
- Zuid-Amerika · 3
- Oceanië · 3
Afrika
Aso oke (handgeweven stof)
📍 Yorubaland (Zuidwest-Nigeria)
Aso oke is stof die met de hand wordt geweven door Yoruba-wevers, meestal mannen, en Iseyin in Zuidwest-Nigeria is de grote weversstad. Glanzend rode of paarse alaari, lichtbruine sanyan en indigo etu worden verwerkt tot gewaden, mutsen en de gele, de hoofddoek van vrouwen.
Kente-doek
📍 Ghana (Asante- en Ewe-gebieden)
Kente wordt geweven in smalle stroken, vaak maar een handbreed, die tot een grote, felgekleurde doek aan elkaar worden genaaid. Asante- en Ewe-wevers in het huidige Ghana maken het al sinds minstens de 17e eeuw; volgens de Asante-legende vormde een spinnenweb de inspiratie.
Kubadoek (raffia-'fluweel')
📍 Kasai, DR Congo (Kubakoninkrijk)
Kubadoek komt uit het oude Kubakoninkrijk in de Kasai-regio van DR Congo. Mannen weven vierkanten van raffiapalmvezel, waarna vrouwen ze borduren en de steken tot een zachte pool knippen die als fluweel oogt en aanvoelt.
Azië
Hoge hakken
📍 Perzië (Iran)
Hakken begonnen in Perzië als rijschoeisel dat ruiters hielp hun voeten in de stijgbeugels te houden. Rond 1600, toen het Perzië van sjah Abbas Europa's aandacht trok, gingen Europese mannen hakken dragen, en aan het hof van Lodewijk XIV waren rode hakken een teken van privilege.
Sari
📍 Indiaas subcontinent
Een sari is één ongenaaide lap stof van zo'n 4 tot 8 meter, om de taille gewikkeld en over de schouder gedrapeerd. Hij komt voort uit een oud-Indiaas drietal van een heupdoek, een schouderdoek en een borstband; de naam komt van het Sanskriet voor 'strook stof'.
Vouwwaaier
📍 Kyoto–Nara, Japan
Volgens de meeste historici komt de vouwwaaier uit Japan. In 988 stuurde een Japanse monnik vouwwaaiers naar de Chinese keizer, en de Chinezen noemden ze “Japanse waaiers”. Portugese handelaren brachten ze waarschijnlijk als eersten naar Europa, waar Spanje ze beroemd maakte.
Europa
Baret
📍 Westelijke Pyreneeën, Frankrijk en Spanje
De baret was de alledaagse muts van herders in de westelijke Pyreneeën, van de dalen van Ansó en Roncal tot Béarn. Werkplaatsen rond Oloron-Sainte-Marie begonnen ze in de 17e eeuw commercieel te maken, en de wereld leerde hem kennen als de 'Baskische baret'.
Blazer
📍 Cambridge, Engeland
De eerste blazers waren de felrode jasjes van de Lady Margaret Boat Club, de in 1825 opgerichte roeiclub van St John's College in Cambridge. Ze heetten blazers vanwege hun vlammende ('blazing') kleur, en de naam ging daarna over op de jasjes van andere clubs.
Chelsea boots (laarzen met elastiek)
📍 Londen, Engeland
Instaplaarzen met zijelastiek werden in het Victoriaanse Londen bedacht door J. Sparkes Hall, schoenmaker van koningin Victoria, die opschepte dat zij er dagelijks op liep. 'Chelsea boots' heetten ze pas in de jaren 1950 en '60, toen het King's Road-publiek ze herontdekte.
Lederhosen (leren broek)
📍 Beierse en Oostenrijkse Alpen
Leren broeken droeg men ooit in heel Europa, maar als werk- en jachtkleding leefden ze voort in de Alpen van Beieren en Oostenrijk. Toen ze ook daar dreigden te verdwijnen, richtte een leraar in 1883 een vereniging op om de streekdracht te redden. Nu zijn ze een Oktoberfesthit.
Stropdas (cravate)
📍 Kroatië (Habsburgse Militaire Grens)
De stropdas gaat terug op de geknoopte halsdoeken van Kroatische soldaten die tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618–1648) in Frankrijk dienden. Parijzenaars namen ze over en noemden ze 'cravates', naar 'Croates'. Kroatië viert nu op 18 oktober de Dag van de Stropdas.
Wellingtonlaarzen (regenlaarzen)
📍 Londen, Engeland
Wellies zijn vernoemd naar de 1e hertog van Wellington, die zijn Londense laarzenmaker, Hoby uit St James's Street, begin 19e eeuw de Hessische rijlaars liet aanpassen. De eerste wellingtons waren van leer; waterdichte rubberen volgden in de jaren 1850.
Noord-Amerika
Baseballpet
📍 Brooklyn, New York, VS
De baseballpet gaat terug tot 1860, toen de Brooklyn Excelsiors het veld op kwamen in een ronde pet met een lange klep; tegen 1900 was de pet 'in Brooklyn-stijl' ingeburgerd. Een verstevigingslaag van latex, toegevoegd in de jaren 1940, gaf de moderne pet zijn vorm.
Fleece
📍 Lawrence, Massachusetts, VS
Fleece werd eind jaren 1970 ontwikkeld bij Malden Mills, een textielfabriek in Lawrence, Massachusetts, die haar polyester stof voor trappelzakken omvormde tot een lichte, warme rivaal van wol. Het werd nooit gepatenteerd, dus fleece verspreidde zich snel overal.
Mola (paneel van gelaagd, uitgesneden stof)
📍 Guna Yala (San Blas-eilanden), Panama
Gunavrouwen maken molas door gekleurde stof te stapelen en vormen uit te snijden zodat de kleuren eronder zichtbaar worden. De ontwerpen begonnen als lichaamsschildering en verhuisden in de 19e eeuw naar handelsstof; tegenwoordig versieren molas hun blouses.
Navajo-draagdeken
📍 Navajo Nation (Arizona en New Mexico), VS
Voordat ze vloerkleden maakten, weefden Navajo-vrouwen gestreepte wollen dekens om de schouders. Volken van de Plains waren er dol op: in 1850 kon er een 50 dollar in goud kosten. De overstap op vloerkleden kwam pas toen het spoor in de jaren 1880 Navajo-land bereikte.
Zuid-Amerika
Chullo (gebreide muts met oorflappen)
📍 Andes van Peru en Bolivia
De chullo, een gebreide muts met oorflappen, komt uit de hooglanden van Peru en Bolivia. Breiers in de Andes, die het vak van de Spanjaarden leerden, maken hem van alpaca-, lama- of schapenwol; op het eiland Taquile in het Titicacameer is het breien van chullo's UNESCO-erfgoed.
Panamahoed
📍 Ecuador (Montecristi tot Cuenca)
Panamahoeden worden in Ecuador gevlochten van stro van de toquillapalm. Ze kregen de verkeerde naam doordat reizigers, onder wie goudzoekers uit de goldrush die de landengte overstaken, ze in Panama kochten. UNESCO erkende het vlechtambacht in 2012.
Sombrero vueltiao (gestreepte rietenhoed)
📍 Sinú- en San Jorge-dalen (Córdoba en Sucre), Colombia
De zwart-witte sombrero vueltiao komt van het Zenú-volk in de dalen van de Sinú en de San Jorge in Colombia. Hij is gevlochten van caña flecha-riet, zijn naam verwijst naar de vlecht die steeds rondgedraaid wordt, en in 2004 werd hij een nationaal symbool.
Oceanië
Bilum (netzak)
📍 Nieuw-Guinea (Papoea-Nieuw-Guinea)
De bilum is een rekbare netzak die vrouwen in Nieuw-Guinea met de hand uit boomschorsvezel lussen. Vrouwen in de hooglanden dragen hem met de band over het voorhoofd en de zak op de rug, met tot 20 kg zoete aardappels, yams of brandhout erin.
Mantel van possumvellen
📍 Zuidoost-Australië (Victoria, Nieuw-Zuid-Wales en Zuid-Australië)
Aboriginals in Zuidoost-Australië droegen mantels van tientallen possumvellen, aan elkaar genaaid met kangoeroepees, met clanmotieven in de binnenkant van de huid gekrast en ingewreven met oker. Er zijn maar een handvol mantels van vóór 1900 bewaard gebleven.
Verenmantel (ʻahu ʻula)
📍 Hawaïaanse eilanden
Hawaïaanse stamhoofden droegen ʻahu ʻula, capes bedekt met piepkleine rode en gele veertjes, vastgeknoopt op een net van olonā-vezel. Kamehameha's grote mantel zou 450 000 veren van zo'n 80 000 vogels bevatten; in 1779 sloeg een stamhoofd er een om kapitein Cook.