Sari: waar komt het vandaan?
De sari komt van het Indiase subcontinent. Het is één ongenaaide lap stof van zo'n 4 tot 8 meter, om de taille gewikkeld en over één schouder gedrapeerd, en de wortels ervan gaan terug tot het oude India.
Drie stukken worden één
Gedrapeerde kleding die op de sari lijkt, gaat terug tot tussen 2800 en 1800 v.Chr. in het noordwesten van het subcontinent, waar al katoen werd verbouwd en geweven. De sari zelf groeide uit een driedelig kostuum dat wordt beschreven in Sanskriet- en Pali-geschriften uit de 6e eeuw v.Chr.: de antariya, een kledingstuk voor het onderlijf; de uttariya, een sluier die over de schouder of het hoofd werd gedragen; en de stanapatta, een borstband, die tegen de 1e eeuw n.Chr. de aansluitende bloes was geworden, de choli.
Meer dan 80 manieren van draperen
Het woord komt van het Sanskriet śāṭī, “strook stof”, en die strook kan op meer dan 80 vastgelegde manieren worden gedragen; textielonderzoeker Rta Kapur Chishti documenteerde er 108. De meest gangbare nu, de nivi, komt uit de Deccan. Het ene uiteinde wordt in de band van een onderrok gestopt, de stof gaat één keer rond, wordt onder de navel in plooien gelegd en ingestopt, en na nog een slag gaat het losse eind over de schouder. De onderrok werd onder het koloniale bewind overgenomen, samen met bloezen in Victoriaanse stijl, bij de elites van Bombay en Bengalen.
Geweven over het hele subcontinent
De sari wordt gedragen in India, Bangladesh, Pakistan, Sri Lanka en Nepal, en veel streken hebben hun eigen weefsels, zoals de Banarasi-zijde uit Uttar Pradesh en de Kanchipuram-zijde uit Tamil Nadu. Rond Dhaka maken wevers jamdani, een doorschijnend, gedessineerd katoen waarvan de motieven direct op het handweefgetouw ontstaan. Het ambacht bloeit omdat Bengaalse vrouwen jamdani als sari dragen, en UNESCO zette het in 2013 op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed.
Bronnen: en.wikipedia.org ↗ · sarmaya.in ↗ · ich.unesco.org ↗