Bougainvillea: waar komt het vandaan?
De bougainvillea komt uit Zuid-Amerika. Deze stekelige klimplant met felle kleuren groeit wild in de tropische bossen van Brazilië, Bolivia, Paraguay, Peru, Uruguay en Argentinië, en bereikte de tuinen van Europa pas begin jaren 1800.
Verzameld bij Rio de Janeiro
De eerste Europeaan die de plant beschreef, was Philibert Commerson, de botanicus van de wereldreis van de Franse zeevaarder Louis Antoine de Bougainville in 1766–1769. In Rio de Janeiro verzamelden Commerson en zijn assistente Jeanne Baret een bloeiende klimplant, die hij naar de leider van de expeditie noemde. Volgens de New York Botanical Garden verdient Baret waarschijnlijk de eer voor de vondst. De naam werd voor het eerst gepubliceerd, als “Buginvillæa”, door de botanicus Antoine Laurent de Jussieu in 1789.
De tuinen van de wereld in
Begin 19e eeuw werden de eerste twee soorten, Bougainvillea spectabilis en Bougainvillea glabra, naar Europa gebracht. Kwekerijen in Frankrijk en Groot-Brittannië verkochten ze al snel tot in Australië, en Kew Gardens stuurde zelf gekweekte planten naar Britse koloniën over de hele wereld. Het geslacht telt zo'n achttien soorten, maar de populaire tuinrassen komen vooral van slechts drie ervan, B. spectabilis, B. glabra en B. peruviana, die steeds opnieuw zijn gekruist. Nu is het de nationale bloem van Grenada.
Waarom mensen het Middellandse Zeegebied zeggen
De bougainvillea lijkt thuis op mediterrane balkons omdat het klimaat haar goed bevalt. Ze houdt van warmte en verdraagt droogte en zoute zeelucht, maar is gevoelig voor vorst, en daarom wordt ze overal rond de Middellandse Zee gekweekt, en ook in Florida, Californië en Zuid-India. In haar thuisland Zuid-Amerika heeft ze veel lokale namen: santa-rita rond de Río de la Plata, veranera in Colombia, papelillo in Peru en trinitaria in het Spaanstalige Caribisch gebied.
Bronnen: en.wikipedia.org › Bougainvillea ↗ · en.wikipedia.org › Jeanne Baret ↗ · nybg.org ↗ · epubs.icar.org.in ↗