Vlijtig liesje (impatiens): waar komt het vandaan?
Het vlijtig liesje komt uit Oost-Afrika, waar het in het wild groeit van Kenia tot Mozambique. Rond 1880 werd het als verstekeling in een kist met planten naar Groot-Brittannië gestuurd, en het werd een van de populairste perkplanten ter wereld, in plantenbakken en schaduwrijke parkborders.
Een zachte plant uit de tropen
Impatiens walleriana is een kruidachtige vaste plant van 15 tot 60 cm hoog, met halfvetplantachtige stengels; elk deel van de plant is zacht en raakt makkelijk beschadigd. De bloemen, 2 tot 5 cm breed, hebben vijf kroonbladen en een slanke spoor. In het wild groeit de plant in Kenia, Tanzania, Mozambique en Zimbabwe, vooral op natte tropische plekken. Waar het niet vriest, leeft ze jaren, maar kou overleeft ze niet, dus in koelere landen wordt ze 's winters binnen gezaaid en als eenjarige buiten geplant.
Zaailingen onder een tafel in Kew
Rond 1880 stuurde de Schotse ontdekkingsreiziger John Kirk een Wardse kist met glazen wanden vol planten van Zanzibar naar Kew Gardens in Londen. Uit de aarde van Zanzibar die onder een kastafel was gestort, kwamen zaailingen met scharlakenrode bloemen op. In 1882 noemde de directeur van Kew, Joseph Hooker, ze Impatiens sultani, naar Barghash bin Said, de sultan van Zanzibar. De huidige naam, walleriana, eert de Britse zendeling Horace Waller, een metgezel van David Livingstone.
Waarom men aan Europa denkt
De plant verspreidde zich snel door de Europese kwekerijen: in 1884 prees een kweker in Alkmaar al haar felle karmijnrode bloemen. Ze kreeg ook huiselijke bijnamen. Bij Berlijn heette ze in 1903 fleißiges Lieschen, “vlijtige kleine Liese”, omdat ze onvermoeibaar bloeide, en het Nederlands nam dat over als vlijtig liesje, net zoals het Engels busy Lizzie zegt. Zulke vertrouwde namen, en haar plek in zoveel plantenbakken, laten haar lijken op een oude Europese bloem.
Bronnen: en.wikipedia.org › Impatiens walleriana ↗ · plants.ces.ncsu.edu ↗ · neerlandistiek.nl ↗ · en.wikipedia.org › Horace Waller (activist) ↗